Seksuele ontwikkeling #
Bij de geboorte start ook direct de seksuele ontwikkeling van een kind. In de babytijd gaat de ontwikkeling vooral over hechting, welke wordt gevoed door lichamelijke aanraking met de ouder(s). Vanaf zes maand begint het verkennen en ontdekken van het eigen lichaam; ze pakken de tenen beet, de vingers, neus en de geslachtsdelen. Het aanraken van de geslachtsdelen geeft een aangenaam gevoel, net zoals de andere lichaamsdelen. Hierdoor kan dit gedrag niet worden geïnterpreteerd als volwassen seksuele gevoelens (Nji, z.d.).
Vanaf de peutertijd begint men meer bewust te worden van het lichaam. Zo ontdekken zij dat zij mannelijke of vrouwelijke geslachtsdelen hebben. Het aanraken hiervan heeft een veilige betekenis; het geeft hun veiligheid in lastige situaties. In deze levensfase ontstaat ook de interesse in andere lichamen. Er wordt nog geen waarde aan normen en waarden, wat wel en niet kan, gegeven (Nji, z.d.).
Bij kleuters wordt het onderzoek naar geslachtskenmerken nog meer uitgebreid. Dit onderzoek ontaardt zich in spelletjes als ‘doktertje’ en ‘vader en moedertje’. In deze levensfase komt echter de bewustwording van sociale regels rondom seksualiteit (Nji, z.d.).
Bij het zesde levensjaar wordt begrepen dat het aanraken van de eigen geslachtsdelen iets is wat privé is, zonder dat anderen erbij horen te zijn. Verkenning op het gebied van seksualiteit wordt verpakt in schuine moppen of het tekenen van geslachtsdelen. Ook komen rond deze leeftijd de vragen over seksualiteit naar voren (Nji, z.d.).
Op zevenjarige leeftijd ontdekken kinderen in de omgang met anderen de voorgeschreven regels. Fantasieën over intimiteit of verliefdheid gaan een eigen rol spelen, waarna ze soms de verliefdheid verklaren naar een ander. De splitsing tussen jongens en meisjes zijn in deze fase erg duidelijk; vrienden worden gezocht in de eigen gender (Nji, z.d.).
Tussen de acht en tien jaar komen de eerste tekenen van de eigen seksuele voorkeur naar boven. Ook treden de eerste tekenen van onzekerheid over het eigen lichaam in. Naakt zijn met anderen wordt ongemakkelijk en zoveel mogelijk voorkomen. Vanaf deze leeftijd begint ook het masturberen en ook het komen tot een orgasme (Nji, z.d.).
In de leeftijdscategorie tien tot twaalf jaar komen de kinderen in de puberteit. Langzaam verandert het lichaam, waaraan ze moeten wennen. De onzekerheid is volledig ingetreden. Verliefdheid is een belangrijk element geworden (Nji, z.d.).
Voor professionals is het van belang deze ontwikkeling vooral niet in de weg te zitten; de ontwikkeling verloopt op haar eigen wijze. Wel is het van belang om met ouders en het kind zelf in gesprek te blijven, waarbij het accent van het gesprek zich moet richten op de sociale regels. Ook het bespreken van de lichamelijke veranderingen is belangrijk, zodat kinderen leren dat het vrij normaal is wat zij doormaken. Uiteindelijk draagt de professional hier bij aan het doorbreken van taboes rondom seksualiteit en wordt er ruimte geoden bij kinderen en ouders om terecht te kunnen met vragen (Nji, z.d.).
Vader en moedertje en doktertje
Bij het opgroeien, vergaren kinderen steeds meer kennis en worden hun waarden, attitudes en vaardigheden gevormd. Ook wat deze gebieden voor effect hebben op het menselijk lichaam, intieme relaties en seksualiteit (WHO Europe Bundeszentrale für gesuntheitliche Aufkläring, 2010). Voor kinderen met EVB gaat dit echter niet even gestroomlijnd. Net zoals bij jonge kinderen, zijn de belangrijke andere, zoals ouders, broers en begeleiders, de voornaamste kennisbron. Wanneer er zich problemen voordoen in de ontwikkeling, kan men terugvallen op ondersteuning van een seksuoloog volgens Gerard Asma, seksuoloog bij Novicare: “Een seksuoloog kan ouders en begeleider handvatten geven omtrent de seksuele ontwikkeling van hun kind en eventuele problemen die ze daarbij ervaren.”