Seksualiteit en religie #
Religie is van veel bepalende invloed op de manier dat men tegen het onderwerp seksualiteit aankijkt.
Het culturele script beschrijft gedragingen binnen een bepaalde leeftijd waarnaar men zich hoort te gedragen. Het culturele script is een veranderd principe, welke meegaat in haar tijd. Zo werd er vroeger niet gepraat over seksualiteit en werden de seksuele gevoelens van kinderen niet gezien. Pubers daarentegen dienden volgens het script erg geïnteresseerd te zijn in seksualiteit, maar mochten dit niet uitoefenen. De levenslijn welke het culturele script voortbracht was tamelijk eenvoudig: verliefd worden – verloven – trouwen – kinderen krijgen (pp. 66. Heemelaar, 2018). De verhouding tussen seksualiteit en religie ligt tegenwoordig anders dan vroeger; ongeveer vijftig jaar geleden werd religie gezien als een vanzelfsprekend gegeven. Het was doorgedrongen en verweven in de maatschappij; sociale organisaties en de identiteit van mensen hadden altijd een godsdienstige kapstok. Seksualiteit werd echter beschouwd als ondergeschikte aan de toen geldende maatschappelijke belangen (Bos, & Derks, 2016).
Sinds de jaren zestig lijkt er een ontwikkeling gaande op het gebied van openheid en acceptatie van allerlei vormen van seksualiteit. Humanisten en vrijzinnigen openen zich op het gebied van inclusiviteit (Bos, & Derks, 2016).
Met het langzaam verdwijnen van de kerk als maatschappelijke maatstaaf, veranderde het culturele script mee (pp. 66. Heemelaar, 2018).
In veel religies komt seksualiteit veelvuldig voor, echter niet altijd in de meest glorieuze vorm; het is een vaak vermijdend onderwerp dat in veel gevallen niet besproken, laat staan naar gehandeld mag worden (Bos, & Derks, 2016). Zo staat in de Turkse gemeenschap familie-eer hoog in het vaandel, waarbij het voor meisjes verboden is gemeenschap te hebben tot het huwelijk, terwijl jongens wél meer vrijheid hierin krijgen. In het Boeddhisme daarentegen, wordt seksualiteit niet afgewezen, maar gezien als een krachtig verlangen, waarbij respect tussen de partners hoog in het vaandel staat (De Koning, 2006). In verschillende religie worden standaard seksuele gedragingen als normaal gezien, maar bij afwijkingen worden mensen zonder pardon verbannen uit sociale kringen. De beperkte sociale acceptatie van bijvoorbeeld homoseksualiteit, zou de oorzaak kunnen zijn van een gedachtegoed van verschillende godsdienstige zedenpredikers. Vooral in de jaren zestig bestond deze complexe relatie (Bos, & Derks, 2016).
Volgens Gerard Asma, seksuoloog, is het belangrijk met respect te kijken naar andermans religie: “Mijn standpunt is dat ongeacht je ethische, religieuze en ook culturele achtergrond en ideeën, je altijd een ander dient te respecteren in zijn/haar eigenheid en dus ook in de beleving van seksualiteit.”
Cultuur is mooi, maar soms ook beperkend
Echter kan cultuur ook beperkingen opleveren in de beleving van seksualiteit: “In sommige culturen is het beleven van seksualiteit in vrijheid wat moeizamer dan in andere culturen, zeker als het niet passend is bij de heteronorm. Ook wordt seksuele voorlichting niet in alle culturen als passend gezien, dus dat kan de gezonde beleving van seksualiteit belemmeren.” Door de invloed van cultuur komt ook meer dan zelden het goede gesprek omtrent het onderwerp seksualiteit moeilijk tot stand; daar waar ouders zich niet willen mengen in het onderwerp seksualiteit van hun eigen kind, is dit vaak wel nodig om de ontwikkeling zo optimaal mogelijk te houden. Dit kan zorgen voor een dilemma: gaat het gesprek wel plaatsvinden en gaat de social worker hierbij in tegen de normen en waarden van de ouders, of moet het onderwerp vermeden worden als dat de wens is van ouders? Gezien vanuit de beginselenethiek heeft iedereen recht om haar eigen seksualiteit zelf in te richten, ook degenen die daar hulp hij nodig hebben. Hiertoe is de social worker verplicht het kind hierin te ondersteunen. Echter is het ook de plicht van social worker zich te conformeren aan de wens van ouders, die in dit geval optreden als wettelijk vertegenwoordiger. Vanuit de gevolgenethiek leidt het gesprek tot meer kansen voor het kind, terwijl aan de andere kant ook de relatie tot de ouders wilt behouden.
Vanuit de zorgethiek is de relatie van de social worker tot het kind belangrijk; deze moet hem echter ondersteunen in zijn dagelijkse behoeften. De relatie met de ouders is hierin ook erg belangrijk, maar van mindere aard dan die met het kind.
Concluderend moet dit gesprek wél plaatsvinden, maar met enige discretie naargelang de wens van ouders. Ook Marloes Getkate deelt deze mening: “Misschien wil iemand niet alle details weten of wat, maar kunnen we wel in grote lijnen afspreken dat we dat met de begeleiding doen en dat ze er wel iets van te horen krijgen of het goed gaat of niet goed gaat of wat daarin de grenzen zijn vanuit ouders, dat moet je natuurlijk ook meenemen, maar ik denk dat dat echt maatwerk is: verschillend per cliënt, per groep, per systeem eromheen.”