Invloed van de omgeving #
Zoals we weten heeft de omgeving een grote invloed op de vorming van een kind; zo zijn de voor hem belangrijke mensen om hem heen bepalend in de opvoeding. Omdat kinderen met EVB (vrijwel altijd volledig) afhankelijk zijn van zijn opvoeders bij dagelijkse verzorging, communicatie en zingeving, is de omgeving mede bepalend voor hoe zij hun eigen grenzen, relaties en seksualiteit vormgeven en ervaren. Ouders zijn hierbij van het grootste belang. Hierbij is de vorm van opvoeden erg belangrijk; heb je een open en beschermende opvoedvorm, dan zal het kind veiligheid ervaren, maar weinig ruimte vinden om te exploreren. Bieden de ouders een ongemakkelijke of zelfs vermijdende opvoedvorm, dan zal het kind ervaren dat seksualiteit iets onnatuurlijks is. Voor ouders is het van belang om een fundament te creëren waarin nieuwsgierigheid er mag zijn. Hierdoor wordt er optimale ruimte gegeven aan het kind om te exploreren en ervaringen op te doen rondom seksualiteit. Onderliggend hieraan kan er een mate van angst ontstaan, wat bestaat uit het mogelijk over de grens gaan van het gedrag van het kind. Dit mag echter in de opvoeding wel een factor zijn, maar niet beperkend. Dat wil zeggen: het is belangrijk om hieraan betekenis te geven, maar niet van dermate invloed dat het het goede gesprek over seksualiteit negatief beïnvloed (Peerden, 2012).
In sommige gevallen, zoals op de woongroep waar de auteur werkzaam is, bestaan de opvoeders louter uit professionals. Deze staan net zoals ouders dicht bij het kind, echter vanuit professionele basis. Vanuit het professionele kader dragen zij de verantwoordelijkheid om te signaleren, te sturen en het kind te ondersteunen in zijn seksuele behoeftes. De reactie van deze professionals op zaken als nabijheid, zelfstimulatie, contact en lichamelijke spellen bepaalt de mate waarin het kind leert wat goed is en wat niet kan. Opvoeders moeten zich echter bewust zijn van hun eigen normen en waarden en de verschillen daartussen met die van anderen binnen het team (Peerden, 2012). “Hoe reageer je daar als team op en wat is als team onze visie, maar ook de normen en waarden van ons, want daar kan gewoon heel groot verschil in zitten”, zoals Kelsey aanhaalt. Deze normen en waarden komen vaak echter niet overeen met die van bijvoorbeeld ouders. “Het is van belang dat hierin een middenweg wordt gevonden om de begeleiding zo goed mogelijk te kunnen volbrengen.”
Voor begeleiders is het daarnaast ook belangrijk om negatief gedrag niet te zien in de context van hun eigen seksuele behoeftes. “Dan zie je seksuele handelingen gebeuren, maar het is niet per definitie omdat ze een orgasme willen krijgen, dat daar hun behoefte ligt. Maar het overkomt hun en dan zitten ze aan hun piemel. Maar dat is niet vanuit het idee hoe wij seksualiteit of seks beleven. Daar zit wel een heel groot verschil in.” Het is voor een team rondom een kind dus van groot belang om duidelijke afspraken te maken en gezamenlijk bepaalde normen en waarden te dragen, om vervolgens uit te dragen naar het kind. Tevens is bewustwording van de eigen normen en waarden en de verschillen onderling van groot belang.
Naast de opvoeders, zijn ook de maatschappelijke kaders waarin seksualiteit tot uiting kan komen erg bepalend voor de ontwikkeling ervan. Het is niet ondenkbaar dat dit op bepaalde gebieden veel problemen kan veroorzaken, daar verschillende seksuele behoeften nooit voldaan kunnen worden. De maatschappelijke kaders zijn louter gericht op preventie van de maatschappij dan op bevrediging van behoeften van het individu (WHO Europe Bundeszentrale für gesuntheitliche Aufkläring, 2010). Deze maatschappelijke kaders zijn voor de kinderen beperkend in de uiting van hun seksuele behoeften.