Samenwerking #
Seksuele gezondheid bij kinderen met EVB vraagt om een sterke en samenhangende aanpak vanuit meerdere niveaus van zorg en ondersteuning.
Te beginnen bij het kind. Hierbij is de seksuele opvoeding in de praktijk het belangrijkste onderdeel. Begeleiders bevorderen de seksualiteit middels voorlezen, picto’s en gezamenlijke dagelijkse momenten van persoonlijke verzorging, zoals douchen en aankleden. Om dit goed te doen, moet er worden afgestemd met de ouders van het kind; welke normen en waarden vinden zij belangrijk in de begeleiding van hun kind, zeker ten aanzien van het onderwerp seksualiteit. Deze worden vervolgens verwerkt in een eenduidige werkwijze. Dit alles gebeurt door de zorgverantwoordelijke, in de rol van de persoonlijk begeleider. Wanneer dit uitdagingen teweeg brengt, wordt de gedragsdeskundige ingeschakeld om mee te denken vanuit haar expertise (Kelsey Egberink, persoonlijke communicatie, 24 april 2025).
Mocht dit niet genoeg zijn, wordt het Expertiseteam Seksualiteit ingeschakeld, welke organisatie breed werkzaam is. “Als expertiseteam zijn we aangesteld voor het stukje seksualiteit binnen de organisatie”, begint Marloes. “Alle leden, op eentje na, van het expertise team zitten ook in het adviesteam meldcode. Dan heb je het echt over je ongezonde kant qua seksualiteit. En waar we nu voornamelijk mee bezig zijn is het informeren en kijken: waar staan we nu eigenlijk? Omdat we natuurlijk vanuit onze rol ook wel dingen signaleren die op groepen spelen. En we proberen het onderwerp weer extra onder de aandacht te brengen. “Samen met beleidsmakers en managers creëren zij draagvlak voor seksualiteit binnen de organisatie. De managers besluiten op hun beurt welke middelen er nodig zijn om dit te bereiken en of hier ruimte voor is, bijvoorbeeld in de vorm van scholing of de inzet van een seksuoloog (Expertiseteam Seksualiteit, persoonlijke communicatie, 28 april 2025).
De organisatie volgt hierin landelijke richtlijnen en wetten die gesteld zijn om seksuele opvoeding te facilitairen. Zoals eerder vermeld is seksuele gezondheid en het ontwikkelen hierin een recht van ieder persoon, waar een organisatie zich aan moet conformeren. Landelijk is vastgesteld in zowel rechtelijke als politieke stelling dat iedereen moet voldoen aan een bepaalde seksuele standaard: “De overheid wil dat alle mensen vrij zijn om zichzelf te zijn en te houden van wie zij willen. En dat mensen zich vrij voelen in hun seksualiteit, in hun (seksuele) relaties en hoe ze hun identiteit uiten” (Rijksoverheid, 2022). Hiermee streeft de Rijksoverheid de gestelde punten over seksuele gezondheid van de WHO na (WHO, 2006). De Rijksoverheid heeft verschillende partners die op landelijk niveau ondersteuning kunnen bieden aan vraagstukken omtrent seksualiteit, zoals Rutgers, Sense en SOANederland. Het expertiseteam Seksualiteit is hierin het team dat contact zoekt met deze instanties en het advies van deze organisaties vertaald naar een passende werkwijze voor haar de teams en de cliënten. Zo heeft onder andere Rutgers en andere instanties in samenwerking met de Rijksoverheid aan de hand van meerdere incidenten en een wetswijziging, advies gegeven voor vertrouwenspersonen binnen een organisatie (Rijksoverheid, 2022).
Het doel van de overheid is om seksuele voorlichting en zorg voor seksuele gezondheid te verbeteren. De landelijke richtlijnen geven onderliggende partners, zoals Rutgers, Sense en Soa Aids Nederland, de opdracht om hier onderzoek naar te doen en om burgers en organisaties te faciliteren met de goede informatie (Rijksoverheid, 2022).
Seksuele gezondheid voor kinderen met EVB staat dus niet op zichzelf; het heeft een integrale aanpak nodig, op ieder niveau. Het vraagt om een nauwkeurige samenwerking tussen ouders, begeleiders, beleidsmakers en de samenleving als een geheel. Wanneer deze niveaus gestructureerd met elkaar samenwerken, krijgen kinderen met EVB de meest optimale seksuele opvoeding geboden. Als social worker sta je hierin als spil in het web om de gezamenlijkheid in de integrale aanpak op te zoeken en deze te coördineren, met als uiteindelijk doel de gezondheid van de cliënt te optimaliseren (BPSW, 2022).