Seksualiteit bij kinderen met een ernstige verstandelijke beperking (EVB)

Seksualiteit bij kinderen met een ernstige verstandelijke beperking (EVB) #

Seksualiteit is de afgelopen jaren nadrukkelijker dan ooit te tevoren onderwerp van het publieke gesprek. De #metoo beweging en de recente onthullingen bij The Voice of Holland hebben een zowel internationale als nationale impact gehad op de beleving van seksualiteit. Deze incidenten gaven een gezicht aan het schreeuwend gebrek aan structurele, respectloze omgangsvormen in bepaalde delen van de Nederlandse samenleving. Door deze incidenten is het gesprek over seksualiteit kwetsbaar geworden; geplaagd door angst om grenzen te overschrijden, wordt er eerder afgeslagen om deze grens niet te bereiken. Hierdoor raakt het goede gesprek over seksualiteit veelal achterwege. Desalniettemin is seksualiteit voor de ontwikkeling van groot belang; het bepaalt wie je bent, wat je doet, waar je voor staat, etc. Seksualiteit is veel meer dan alleen maar het nagaan van de lustbevrediging. Ook voor kinderen met een ernstige verstandelijke beperking (kinderen met EVB) is seksuele ontwikkeling van groot belang. In een samenleving welke getekend is door incidenten, waarin we vaak ‘nee’ zeggen, is het voor deze doelgroep van belang dat we leren hoe we ‘ja’ kunnen begeleiden: hoe geven we ruimte aan de gevoelens van deze kinderen? Hoe kunnen we hen begeleiden binnen de kaders van de samenleving? Seksuele gezondheid draait niet in eerste instantie om het voorkomen van problemen, maar om aanraking, verbinding, autonomie en plezier. Door de beperkingen van het kind zelf, is dit geen vanzelfsprekendheid. Hiervoor heeft hij de belangrijke andere nodig.

Mijn standpunt is dat we meer aandacht moeten hebben voor het belang van een gedegen seksuele ontwikkeling, vooral bij kinderen met EVB. Incidenten zoals hierboven beschreven moeten geen beperkingen vormen in gesprekken over seksualiteit, louter een startpunt om te kijken naar de mogelijkheden voor het kind en als voorbeeld welke lijn niet te volgen.

Als social worker is het mijn taak om de waardigheid van mensen te erkennen. Als professional erken en bevorder ik het welzijn en het functioneren van deze kinderen, met ondersteuning van deskundigheid en de meest recente informatie afkomstig van onderzoeken. Ik zoek hierbij de deskundigheid op bij andere disciplines om mij heen, om zo een zo goed mogelijke situatie te creëren voor de kinderen.

De reportage richt zich op De Twentse Zorgcentra, welke 1475 cliënten huisvest en voor in totaal meer dan 2000 cliënten zowel ambulante als interne begeleiding en dagbesteding verzorgt. De organisatie beschikt over twee zorgparken en enkele buitenlocaties in woonwijken, verspreid over de regio Twente (De Twentse Zorgcentra, z.d.).

Definities #

  • (Ernstig) verstandelijk beperkt: Men stelt een verstandelijke beperking vast op basis van het intellectueel functioneren van de persoon in combinatie met de ondersteuningsbehoefte. Wanneer een verstandelijke beperking moet worden vastgesteld bij jonge kinderen, is het van belang om klinisch te oordelen op basis van criteria en uitgangspunten op professioneel niveau. Men heeft het niveau van intellectueel functioneren op de volgende wijze ingedeeld (Vzinfo, 2018):

    Zwakbegaafd: IQ 70/75 tot 85/90.
    Lichte verstandelijke beperking (LVB): IQ 50/55 tot 70.
    Matige verstandelijke beperking (MVB): IQ 35/40 tot 50/55.
    Ernstige verstandelijke beperking (EVB): IQ 20/25 tot 35/40.
    Diepe verstandelijke beperking: IQ lager dan 20/25.

    Omdat er bij kinderen geen diagnose kan worden gegeven voor een diepe verstandelijke beperking, vallen de laatste twee groepen onder het begrip ernstig verstandelijk beperkt (EVB), waarbij het IQ dus ligt van 0 tot 35/40 (Kelsey Egberink, persoonlijke communicatie, 24 april 2025).

Seksuele gezondheid #

Seksualiteit is in haar vorm veelomvattend; alles van identiteit, normen en waarden, lichaamsbeleving, seksuele handelingen en genderontwikkeling. Iedereen heeft behoefte aan een gedegen seksuele ontwikkeling, aangezien dit de persoon maakt wie je bent. De seksuele ontwikkeling van kinderen met EVB wordt echter verstoord door eigen beperkingen en beperkingen die ontstaan door opvattingen in de samenleving en opvattingen in organisaties waar deze kinderen hulpverlening krijgen. Dit heeft ook haar invloed op andere ontwikkelingsgebieden. In het prentenboek wordt aandacht gegeven aan seksuele gezondheid bij kinderen met EVB, voor zowel de begeleider als voor het kind in begrijpbare taal.

Seksualiteit dient voor kinderen met EVB op handteerbare manier aangeboden te worden. Om deze reden zijn de onderwerpen in dit prentenboek opgedeeld in drie hoofdstukken:

  1. Identiteit;
  2. Lichaamsbesef;
  3. Normen en waarden.

Seksuele gezondheid wordt beschreven als een belangrijke levensbehoefte. De World Health Organization (WHO) beschrijft seksuele gezondhied als volgt: “…a state of physical, emotional, mental, and social well-being in relation to sexuality; it is not merely the absence of disease, dysfunction, or infirmity. Sexual health requires a positive and respectful approach to sexuality and sexual relationships, as well as the possibility of having pleasurable and safe sexual experiences, free of coercion, discrimination, and violence. For sexual health to be attained and maintained, the sexual rights of all persons must be respected and fulfilled.” (WHO, 2006).
Hieruit volgt een hoogst haalbare standaard van seksuele gezondheid, welke als volgt luidt (Kennisplein Gehandicaptenzorg, z.d.):

  • Vrije toegang tot en het verkrijgen van betrouwbare informatie;
  • Seksuele en relationele vorming;
  • Respect voor lichamelijke integriteit;
  • Vrije partnerkeuze;
  • Keuzevrijheid om wel of niet seksueel actief te zijn;
  • Seksuele relaties met wederzijdse instemming;
  • Huwelijk of partnerschap met wederzijdse instemming;
  • Keuzevrijheid om wel of niet kinderen te krijgen, en wanneer;
  • Het nastreven van een bevredigend, veilig en plezierig seksleven.

Seksuele gezondheid is een begrip dat afkomstig is uit een onderzoek van De Graaf et al. (2005). Door De Graaf et al. (2005) zijn verschillende onderwerpen verzameld die tot de seksuele gezondheid behoren in het literatuuronderzoek Jeugd & Seks 95 onder ruim 40 stakeholders waaronder GGD, Jongeren Informatie Punt, onderzoeksinstituten, thema-instituten, centra voor seksuele gezondheid en het Ministerie van Volksgezondheid (Grob, 2018).

Seksualiteit beïnvloed meerdere ontwikkelingsgebieden, zowel positief als negatief

Wanneer men praat over seksualiteit, is het belangrijk voor de geest te houden dat seksualiteit iets anders inhoud dan bij volwassenen. Vanuit dit gedachtegoed is het ook van belang dat de volwassene vermijdt dat zij seksueel gedrag van kinderen gaat analyseren vanuit het perspectief van de volwassene; de volwassene ontleent aan gedrag seksuele betekenis vanuit eigen ervaringen. Volwassenen moeten beseffen dat het een belangrijke ontwikkelingstaak van een kind is om seksualiteit met facetten als persoonlijkheid en eigenwaarde te integreren in haar ontwikkeling. Bij seksuele ontwikkeling komen de invloeden van de biologische en psychosociale kant om de hoek kijken, waarvan samen het idee over seksueel gedrag wordt gevormd. Normen en waarden omtrent seksualiteit, evenals de bijkomende gevoelens, ontwikkelen zich vervolgens tot een totale seksuele ontwikkeling (WHO Europe Bundeszentrale für gesuntheitliche Aufkläring, 2010).

Kijkend naar de zes dimensies van positieve gezondheid, van Machteld Huber, is seksualiteit te verweven in alle zes. Zo gaat seksualiteit bij dimensie 1 van lichaamsfuncties over het mogen voelen van jouw lichaam, weten wat prettig is, maar ook wat niet. Je leert hierin je grenzen kennen, hoe je jezelf kunt verzorgen en wat genot is (Adriaansen, 2024).
In dimensie 2, wat het mentaal welbevinden beslaat, is seksualiteit belangrijk voor het zelfbeeld, zelfacceptatie en de emotionele beleving. Je voelt je prettig in je eigen lichaam, je herkent gevoelens en kunt deze plaatsen (Adriaansen, 2024).Bij de derde dimensie van zingeving geeft seksualiteit betekenis aan relaties, lichamelijkheid en de identiteit van een persoon. Je leert wie je mag zijn als jongen of meisje, dat je iemand leuk mag vinden en wat liefde dan betekent voor je (Adriaansen, 2024).
Bij de kwaliteit van leven, dimensie 4, verhoogt seksualiteit en het mogen zijn wie je bent het levensplezier. Je zoekt contact en hebt intiem contact (Adriaansen, 2024).
In de vijfde dimensie bevordert seksualiteit de sociale interactie en relaties. Je leert hoe je nee moet zeggen en hoe je met anderen omgaat (Adriaansen, 2024).
In de zesde en tevens laatste dimensie raakt seksualiteit routines zoals zelfzorg, omgaan met prikkels en seksuele gevoelens. Je kunt omgaan met zelfstimulatie en je leert wat privé is en wat niet (Adriaansen, 2024).
De dimensies van positieve gezondheid worden dus ieders op hun eigen manier aangeraakt door het thema seksualiteit. Bij een verstoorde seksuele ontwikkeling, ebt deze door op verschillende pijlers. Hierdoor kunnen we concluderen dat een verstoorde seksualiteit alle elementen van de gezondheid kan beïnvloeden.

De ontwikkeling van seksueel gedrag begint erg vroeg in het mensenleven, namelijk al in de baarmoeder. Voortekenen van seksuele perceptie is al vanaf de geboorte waar te nemen, zoals de voorliefde van fysiek contact. De seksuele ontwikkeling kent vier belangrijke gebieden die op zeer jonge leeftijd al ervaren worden, verboden aan de eigen behoeften, het lichaam, relaties en seksualiteit van het kind. De ervaringen die hieruit komen zijn niet per definitie seksueel gericht, maar vormen de kern van de karakter- en seksualiteitsontwikkeling van een mens (WHO Europe Bundeszentrale für gesuntheitliche Aufkläring, 2010).

Waarden en gedragsnormen worden op allerlei wijzen overgebracht op het kind: via ouders, opvoeders, familie, vrienden en programma’s. Deze ervaringen monden vervolgens uit tot een kader om eigen gevoelens en gedrag te kunnen begrijpen. Tevens wordt geleerd het gedrag van anderen op een juiste manier te duiden en de grenzen te leren kennen (WHO Europe Bundeszentrale für gesuntheitliche Aufkläring, 2010).

Door de toename in meningen over het onderwerp seksualiteit, alsmede de eerdere biologische rijping van mensen, ontstaat een grote behoefte aan het maken van eigen keuzes en beslissingen op jonge leeftijd, zowel vanuit de kant van het kind als die van ouders en opvoeders. Dit maakt het thema seksualiteit ingewikkelder om te bespreken en kinderen hierin te educeren (WHO Europe Bundeszentrale für gesuntheitliche Aufkläring, 2010).